ECLI:NL:CRVB:2006:AY6363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen exploitant privéhuis en prostituees voor sociale verzekeringsplicht
Appellante exploiteert een privéhuis waar prostituees werkzaam zijn. De belastingdienst voerde in 2002 meerdere bedrijfsbezoeken uit en stelde vast dat er bedrijfsmatig diensten werden verleend door prostituees in de verhuurde kamers. Op basis van dit onderzoek nam het Uwv een besluit dat de betrokkenen vanaf 1 mei 2002 verplicht verzekerd zijn op grond van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het rapport van de belastingdienst was gebaseerd op een zorgvuldig onderzoek met meerdere waarnemingen over een lange periode. De rechtbank vond dat er voldoende aanwijzingen waren voor een gezagsverhouding, loonbetalingsverplichting en persoonlijke arbeidsverrichting.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het Uwv zich niet op het rapport mocht baseren omdat het een conceptrapport betrof en dat er slechts sprake was van kamerverhuur. De Raad verwierp deze grieven en onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat het rapport duidelijk maakte dat appellante inhoudingsplichtige was en dat het Uwv het rapport zonder eigen aanvullend onderzoek mocht gebruiken.
De Raad bevestigde dat de betrokken prostituees verplicht verzekerd waren en dat de voorschotnota’s van het Uwv voorlopig waren vastgesteld op basis van beschikbare gegevens, waarbij appellante via loonopgave het definitieve premiebedrag kan laten vaststellen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de proceskosten worden niet aan het Uwv opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat tussen appellante en de prostituees sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en verklaart het beroep ongegrond.