ECLI:NL:CRVB:2006:AY6418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende onderzoek arbeidsongeschiktheid
Appellant vroeg een WAO-uitkering aan wegens psychische klachten die sinds 1989 speelden. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering op grond van onvoldoende bewijs en het niet naleven van controlevoorschriften. In latere besluiten handhaafde het UWV de weigering, verwijzend naar het ontbreken van bewijs van arbeidsongeschiktheid per 27 april 1990.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft verricht naar relevante medische en arbeidsverledeninformatie, zoals gegevens van de huisarts, RIAGG en eerdere werkgevers. Ook is onvoldoende rekening gehouden met consistente psychische klachten die uit diverse rapportages blijken.
De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb Pro) en beveelt het UWV een nieuwe beslissing te nemen met een zorgvuldige beoordeling van alle relevante gegevens. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en het UWV dient een nieuwe beslissing te nemen.