ECLI:NL:CRVB:2006:AY6539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis en beschikbaarheid
Appellant was tot 1 november 2002 werkzaam als debiteurenbeheerder en ontving een ontslagvergoeding. Hij vroeg op 27 mei 2004 een WW-uitkering aan met ingang van 1 april 2003. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant niet voldeed aan de referte-eis, die vereist dat de werknemer in de 39 weken voorafgaand aan de werkloosheid ten minste 26 weken arbeid heeft verricht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde vast dat appellant niet beschikbaar was om arbeid te aanvaarden vanaf 1 november 2002. Hoewel appellant stelde dat hij zich had ingespannen via zijn netwerk en inschrijvingen bij uitzendbureaus, kon hij dit niet concreet aantonen. Ook was hij niet ingeschreven bij het CWI.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad concludeerde dat appellant pas vanaf 1 april 2003 beschikbaar was en dat hij in de referteperiode niet aan de eis van 26 gewerkte weken voldeed. Daarom werd de weigering van de WW-uitkering bevestigd. De Raad wees ook een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet voldoen aan de referte-eis en het ontbreken van beschikbaarheid voor arbeid vóór 1 april 2003.