ECLI:NL:CRVB:2006:AY6555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-dagloon zonder rekening te houden met extra toeslagen en reisdagen
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., verzocht om verhoging van zijn WAO-dagloon omdat volgens hem ten onrechte geen rekening was gehouden met pensionkostentoeslag, reiskostenvergoeding voor een jaarlijkse vakantiereis naar het land van herkomst, zes extra reisdagen en extra vakantieverlof. Het UWV had het dagloon eerder verhoogd, maar niet met alle door appellant gevorderde toeslagen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar vernietigde het besluit zonder de rechtsgevolgen te wijzigen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en voegde toe dat ook vakantietoeslag over de toeslagen moest worden meegenomen. De Raad overwoog dat het terugkomen van een onherroepelijk besluit slechts terughoudend kan worden beoordeeld en dat appellant het bewijs moet leveren van de juistheid van zijn stellingen. De Raad nam de nieuwe stellingen over vakantietoeslag niet mee omdat deze na bezwaar waren ingebracht.
Verder oordeelde de Raad dat het vaste maandloon niet wijzigt door het feit dat appellant zes dagen per jaar minder hoeft te werken dan collega’s. Ook ontbrak bewijs voor de CAO-toeslag. Daarom slaagde het hoger beroep niet en werd de aangevallen uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat het WAO-dagloon niet wordt verhoogd met de gevorderde toeslagen wegens gebrek aan bewijs.