ECLI:NL:CRVB:2006:AY6563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onjuiste vaststelling WAO-dagloon en weigering wettelijke rente nabetaling
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn WAO-dagloon en de weigering van het UWV om wettelijke rente te vergoeden over een nabetaling. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was, waardoor appellant schade had geleden en wettelijke rente verschuldigd was vanaf een redelijke termijn na aanmaning.
Het UWV kwam terug op het oorspronkelijke besluit en verhoogde het dagloon, maar weigerde rentevergoeding over de nabetaling. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigde de Raad dat het UWV een bevoegdheid heeft om terug te komen op onherroepelijke besluiten, maar dat appellant voldoende bewijs moet leveren om fouten aan te tonen. De Raad onderschreef de rechtbank dat wettelijke rente pas verschuldigd is na aanmaning en wees appellants beroep op het gelijkheidsbeginsel af.
De Raad constateerde echter dat het UWV een verkeerd rekenprogramma gebruikte en verzuimde rente over rente te vergoeden. Daarom werd het besluit van 15 december 2004 vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 15 december 2004 wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.