ECLI:NL:CRVB:2006:AY6586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over hoogte WAO-dagloon en weigering wettelijke rente
Appellant werkte bij Volvo Car B.V. en kreeg in 1990 een WAO-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon. In 2002 verzocht appellant om verhoging van het dagloon en vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling. Het UWV verhoogde het dagloon deels, maar weigerde wettelijke rente te vergoeden vanaf een eerdere datum dan door de rechtbank vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde een besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen betreffende het dagloon en bepaalde dat wettelijke rente pas vanaf een redelijke termijn na aanmaning verschuldigd is. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en benadrukt dat terugkomen op onherroepelijke besluiten terughoudend moet gebeuren en dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn aanvullende stellingen.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat het UWV erkent dat eerdere rentevergoedingen berustten op fouten en niet op beleid. De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit over het WAO-dagloon en wijst het beroep op wettelijke rente vanaf een eerdere datum af.