ECLI:NL:CRVB:2006:AY6614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep beslist over dagloonvaststelling en wettelijke rente bij WAO-uitkering
Appellant werkte bij Volvo Car B.V. en kreeg bij besluit van 25 oktober 1990 een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon. Later verzocht appellant om verhoging van het dagloon en vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling. Het Uwv wees dit af, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit over wettelijke rente en dagloonvaststelling deels. Het Uwv gaf uitvoering aan het vonnis met een nieuw besluit, maar appellant stelde dat de wettelijke rente vanaf een eerdere datum verschuldigd was en dat het dagloon onjuist was vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv bevoegd was terug te komen op het onaantastbare besluit uit 1990, maar dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor bepaalde toeslagen. De Raad bevestigde dat wettelijke rente pas na een redelijke termijn na aanmaning verschuldigd is en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het deel over wettelijke rente. Het besluit van 30 november 2004 werd vernietigd vanwege fouten in de rentevergoeding, en het Uwv werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 30 november 2004 wordt vernietigd wegens fouten in de rentevergoeding.