ECLI:NL:CRVB:2006:AY6800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op bijstand wegens niet-woning op opgegeven adres
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor bijstand over de periode van 5 mei 2004 tot 22 juni 2004. Het College heeft deze aanvraag afgewezen omdat uit onderzoek, waaronder huisbezoeken op 15 en 17 juni 2004, bleek dat appellant niet woonde op het opgegeven adres. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het College verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissing. In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere gronden, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de onderzoeksbevindingen voldoende waren om vast te stellen dat appellant niet woonde op het opgegeven adres en dat hij daarmee zijn inlichtingenverplichting niet was nagekomen.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag voor bijstand over de betreffende periode en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijstand over de periode 5 mei 2004 tot 22 juni 2004 wordt bevestigd omdat appellant niet woonde op het opgegeven adres.