ECLI:NL:CRVB:2006:AY6876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijstand wegens ontbreken nieuw feiten of omstandigheden
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder. Het College van B&W beëindigde haar bijstand per 12 mei 2004, waarna appellante geen bezwaar maakte tegen dit besluit. Later vroeg zij opnieuw bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf die datum. Het College weigerde deze aanvraag en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit.
De Centrale Raad stelt vast dat het College het verzoek van appellante ten onrechte als een eerste aanvraag behandelde, terwijl het feitelijk een verzoek was om terug te komen op eerdere, rechtens onaantastbare besluiten. Appellante bracht geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aan die een herziening konden rechtvaardigen.
De Raad vernietigt het besluit van 1 februari 2005 wegens ondeugdelijke motivering en vernietigt tevens de uitspraak van de rechtbank. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand, waardoor de weigering van bijstand over de periode van 12 mei tot 20 augustus 2004 rechtsgeldig blijft. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht aan appellante vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van bijstand met terugwerkende kracht wordt vernietigd, maar de weigering blijft rechtsgeldig gehandhaafd.