ECLI:NL:CRVB:2006:AY7088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens eigen verwijtbaar gedrag bij niet-verlenging dienstverband
Appellant werkte van januari tot juli 2003 op basis van een tijdelijke aanstelling bij het Bureau Inzet onderwijspersoneel Amsterdam. Na het einde van zijn aanstelling vroeg hij een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat het niet verlengen van zijn dienstverband het gevolg was van zijn eigen verwijtbare gedrag.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat appellant in zijn houding en gedrag richting de leiding van het Bureau Inzet niet voldeed aan de redelijke eisen die aan hem gesteld mochten worden. Dit leidde tot het niet voortzetten van zijn dienstverband.
Appellant voerde aan dat zijn deskundigheid hoger was dan die van de leiding en dat de reden voor het niet verlengen van zijn aanstelling lag in onverenigbaarheid van karakters. De Raad oordeelt echter dat dit niet afdoet aan het verwijtbare karakter van zijn gedrag.
Het UWV heeft terecht artikel 24 van Pro de WW toegepast, waardoor de uitkering geheel is geweigerd. Er is geen sprake van verminderde verwijtbaarheid en ook geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd omdat het niet verlengen van de aanstelling het gevolg is van eigen verwijtbaar gedrag.