ECLI:NL:CRVB:2006:AY7196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Waz-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een zelfstandig schilder, vroeg een Waz-uitkering aan wegens oog- en rugklachten die zijn arbeidsvermogen zouden beperken. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De bezwaararbeidsdeskundige herbeoordeelde de geselecteerde functies en bevestigde het verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 25%.
De rechtbank onderschreef de medische vaststellingen en de geschiktheid van de geselecteerde functies, evenals de juiste vaststelling van het maatmaninkomen zonder rekening te houden met inkomsten na arbeidsongeschiktheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de artsen de gevolgen van zijn klachten niet juist hadden beoordeeld en handhaafde zijn bezwaar tegen het maatmaninkomen.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en stelde dat arbeidsongeschiktheid objectief medisch moet worden vastgesteld en niet louter op basis van eigen beleving van appellant. De medische rapporten gaven geen aanleiding tot twijfel over de vastgestelde beperkingen. De geselecteerde functies waren passend en het maatmaninkomen correct vastgesteld volgens vaste jurisprudentie. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van de Waz-uitkering wordt bevestigd.