ECLI:NL:CRVB:2006:AY7272
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in bijstandszaak
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht heeft bij besluit de bijstand van betrokkene met 20% verlaagd wegens onvoldoende inspanning om algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen. Na bezwaar verklaarde het College dit besluit ongegrond. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna het College hoger beroep instelde en tevens een verzoek om voorlopige voorziening indiende.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien onverwijlde spoed bestaat. De voorzieningenrechter stelt dat het verzoek niet is bedoeld om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen door middel van kortsluiting. Er is geen spoedeisend belang gebleken dat het niet mogelijk maakt de uitspraak in de bodemprocedure af te wachten.
Ook is niet gebleken dat het College geen uitvoering kan geven aan de uitspraak van de rechtbank. Indien het College na onderzoek opnieuw besluit en de Raad in de hoofdzaak het besluit van 13 september 2005 in stand houdt, leidt dit tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en het daarop gebaseerde besluit. Er is geen zwaarwegend belang dat behandeling van de bodemprocedure verhindert.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.