ECLI:NL:CRVB:2006:AY7288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste en zorgvuldige medische beoordeling
Appellante stelde zich op het standpunt dat het UWV ten onrechte haar WAO-uitkering, die was toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, had ingetrokken per 12 februari 2002. Zij voerde aan dat de medische beoordeling onvoldoende zorgvuldig was en dat de rapportages van het Instituut Psychosofia en een medisch-psychologisch onderzoek van Aob Compaz onvoldoende in acht waren genomen.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de primaire en bezwaarverzekeringsartsen hun onderzoek zorgvuldig hadden uitgevoerd en dat de medische gegevens, waaronder die van de huisarts, in de beoordeling waren betrokken. De rapporten van het Instituut Psychosofia werden niet als doorslaggevend beschouwd. Ook de arbeidskundige grondslag van het besluit werd als juist beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en wijst erop dat het medisch onderzoek volgens de geldende normen is uitgevoerd. De rapportage van Aob Compaz, bedoeld voor een ander doel dan een WAO-keuring, rechtvaardigt geen aanpassing van het beperkingenprofiel. De Raad ziet geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 12 februari 2002 wegens een juiste en zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.