ECLI:NL:CRVB:2006:AY7331

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-7301 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 17 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak inzake WAO

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak van 22 november 2005 betreffende de WAO. Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat er nieuwe feiten of omstandigheden waren die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

Tijdens de zitting op 18 juli 2006 waren partijen niet aanwezig. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft geen verweerschrift ingediend. De Raad heeft overwogen dat verzoekster niet heeft aangegeven welke feiten of omstandigheden haar niet bekend waren ten tijde van de oorspronkelijke uitspraak en die redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn.

Ook de door verzoekster aangehaalde eerdere uitspraken van de Raad uit 2005 konden niet als nieuwe feiten worden aangemerkt, omdat deze uitspraken reeds ter zitting van 11 oktober 2005 aan de orde hadden kunnen worden gesteld. Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

05/7301 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het verzoek om herziening van:
[verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
inzake de uitspraak van de Raad van 22 november 2005, 03/4548, 04/604 en 05/4836,
in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),
Datum uitspraak: 29 augustus 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, om herziening verzocht van bovengenoemde uitspraak van de Raad van 22 november 2005.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juli 2006. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 17 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Namens verzoekster is omstandig betoogd dat de uitspraak van de Raad van
22 november 2005 niet in stand kan blijven. Ondanks de omvang van dit betoog is daarbij echter niet aangegeven welke aan die uitspraak voorafgaande feiten bij verzoekster niet bekend waren dan wel redelijkerwijs niet bekend konden zijn. Reeds om die reden dient het verzoek te worden afgewezen. Voorzover het standpunt van verzoekster er op neer komt dat de door haar genoemde uitspraken van de Raad van 13 april 2005 dan wel van 13 juli 2005 als nieuwe feiten moeten worden aangemerkt, kan ook dat betoog niet slagen, omdat indien al een rechterlijke uitspraak als feit of een omstandigheid in de zin van artikel 8:88, aanhef en onderdeel a, van de Awb, kan worden aangemerkt, daarvan in elk geval in dit geval geen sprake kan zijn omdat de bedoelde uitspraken, gelet op de data waarop die uitspraken zijn gedaan, door verzoekster nog ter zitting van 11 oktober 2005 aan de orde hadden kunnen worden gesteld.
Het verzoek om herziening dient daarom te worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas als voorzitter en C.W.J. Schoor en H.G. Rottier als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.S.G. Staal als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2006.
(Get.) K.J.S. Spaas.
(get.) T.S.G. Staal.
MK