ECLI:NL:CRVB:2006:AY7498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeling arbeidsongeschiktheidsklasse 45-55% ondanks eerdere volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante, sinds 1991 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80-100%, werd in 2002 door het UWV herbeoordeeld en ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45-55%. Deze herbeoordeling was gebaseerd op een medisch onderzoek door verzekeringsarts Van den Brand en een arbeidsdeskundig rapport van Peijs, waarin werd vastgesteld dat appellante over benutbare mogelijkheden beschikte.
Appellante voerde bezwaar aan tegen deze indeling, stellende dat haar gezondheidstoestand niet substantieel was verbeterd en dat zij geen benutbare mogelijkheden had. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige gegevens geen aanleiding gaven tot twijfel aan het oordeel van het UWV.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling van Van den Brand, ondersteund door aanvullende informatie van behandelaars en arbeidsdeskundigen, voldoende was om de indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45-55% te rechtvaardigen. Er was geen nieuwe medische informatie die het eerdere oordeel ondermijnde.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in rechte standhoudt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Breda. De indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45-55% blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de indeling van appellante in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45-55%.