ECLI:NL:CRVB:2006:AY7599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken verlies verdiencapaciteit
Appellant, werkzaam als zelfstandige in drogisterij- en schildersbenodigdheden, meldde zich arbeidsongeschikt vanaf november 1999 wegens een longinfectie en later een schedelbasisfractuur na een val. Medisch onderzoek concludeerde beperkingen, maar geen volledig verlies van verdiencapaciteit. De arbeidsdeskundige stelde vast dat appellant ondanks beperkingen nog functies kon vervullen met een restverdiencapaciteit van €4,95 bruto per uur.
Het UWV weigerde daarom een WAZ-uitkering, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het UWV de medische beperkingen adequaat had meegewogen, ook de gevolgen van de schedelbasisfractuur. In hoger beroep voerde appellant aan dat de fractuur eerder was opgelopen en dat hij volledig arbeidsongeschikt was, maar de Raad vond geen aanleiding het oordeel te wijzigen.
De Raad bevestigde dat de medische en arbeidskundige beoordeling rechtens juist was en dat geen sprake was van verlies aan verdiencapaciteit. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens het ontbreken van verlies aan verdiencapaciteit.