ECLI:NL:CRVB:2006:AY7612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van dagloonvaststelling zonder CAO-salarisverhoging per 1 februari 1994
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., verzocht het UWV om het dagloon per 1 februari 1994 te verhogen, omdat volgens hem ten onrechte geen rekening was gehouden met een CAO-salarisverhoging, reiskostenvergoeding en extra reisdagen.
Het UWV wees het verzoek aanvankelijk af, maar stelde het dagloon later alsnog vast op f 174,91, inclusief een reiskostenvergoeding van f 1008 per jaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep zijn standpunten herhaalde.
De Raad overwoog dat het terugkomen op een onherroepelijk besluit een bevoegdheid is die terughoudend wordt beoordeeld. Appellant leverde onvoldoende bewijs voor de CAO-toeslag en andere toeslagen. Ook werd geoordeeld dat het vaste maandloon niet wijzigt door zes extra reisdagen en dat het UWV redelijkerwijs mocht uitgaan van de genoemde reiskostenvergoeding.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de dagloonvaststelling per 1 februari 1994 wordt bevestigd zonder de CAO-salarisverhoging mee te nemen.