ECLI:NL:CRVB:2006:AY7615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over vaststelling WAO-dagloon ondanks verzoek tot herziening
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn WAO-dagloon. Hij stelde dat het dagloon onjuist was vastgesteld omdat er geen rekening was gehouden met een reiskostenvergoeding voor een jaarlijkse vakantiereis, zes extra reisdagen en extra vakantieverlof. Het UWV heeft het dagloon met terugwerkende kracht verhoogd, maar het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard door de rechtbank.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunten herhaald, met name over de zes extra reisdagen en de CAO-toeslag. De Raad overweegt dat het vaste maandloon niet wijzigt door het feit dat appellant minder hoeft te werken dan sommige collega’s. Bovendien heeft appellant geen bewijs geleverd dat hij in de referteperiode een CAO-toeslag, TIN-toeslag of vuilwerktoeslag ontving.
De Raad benadrukt dat het terugkomen op een in rechte onaantastbaar geworden besluit een bevoegdheid is die terughoudend wordt beoordeeld. Omdat appellant niet is geslaagd in het leveren van voldoende bewijs, wordt het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het WAO-dagloon blijft ongewijzigd.