ECLI:NL:CRVB:2006:AY7628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens medische urenbeperking
De werknemer, werkzaam als leraar scheikunde, meldde zich op 28 augustus 2000 ziek vanwege toenemende klachten van reumatoïde artritis. Het UWV weigerde een WAO-uitkering vanaf 27 augustus 2001, mede op basis van een medisch onderzoek zonder urenbeperking. Appellante en werknemer stelden dat er sprake was van een medische noodzaak voor urenbeperking vanwege toegenomen klachten.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, reumatoloog Schardijn, die concludeerde dat de werknemer op de datum in geschil niet in staat was het eigen werk volledig te verrichten vanwege ziekteactiviteit en preventieve overwegingen. De rechtbank week echter af van dit advies en wees de vordering af.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige in beginsel moet worden gevolgd. De Raad acht de onderbouwing van Schardijn voldoende, onder meer vanwege het preventieve aspect en de toename van klachten vanaf februari 2000. De eerdere afwijzing door de rechtbank wordt verworpen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.