ECLI:NL:CRVB:2006:AY7629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening WAO-dagloonvaststelling met terugwerkende kracht
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., verzocht om herziening van zijn WAO-dagloonvaststelling uit 1976, waarbij hij stelde dat onterecht geen rekening was gehouden met reiskostenvergoeding, extra reisdagen en CAO-toeslagen.
Het UWV wees het verzoek aanvankelijk af, maar verklaarde het bezwaar gegrond en stelde het dagloon per 18 februari 1976 opnieuw vast met een beperkte verhoging. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat de oorspronkelijke dagloonvaststelling onjuist was. De Raad benadrukte dat het terugkomen op onherroepelijke besluiten een bevoegdheid is die terughoudend wordt beoordeeld en dat appellant de bewijslast draagt.
De Raad overwoog verder dat het vaste maandloon niet wijzigt door het feit dat appellant zes extra reisdagen had en dat geen CAO-, TIN- of vuilwerktoeslag was aangetoond. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.