ECLI:NL:CRVB:2006:AY7632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-dagloon met terugwerkende kracht
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., kreeg bij besluit van het UWV een WAO-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon. Na een verzoek tot verhoging van het dagloon met terugwerkende kracht, waarbij appellant onder meer extra reisdagen en toeslagen aanvoerde, kwam het UWV terug op het oorspronkelijke besluit en verhoogde het dagloon deels. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten over extra reisdagen en toeslagen, maar kon geen bewijs leveren dat hij deze daadwerkelijk ontving in de referteperiode. De Raad overwoog dat het terugkomen op een onherroepelijk besluit een bevoegdheid is die terughoudend wordt beoordeeld en dat appellant onvoldoende gegevens aanleverde om het oorspronkelijke besluit onjuist te verklaren.
De Raad onderschreef de rechtbank dat het feit dat appellant zes dagen minder hoeft te werken geen grond is voor verhoging van het dagloon. Ook werden de beweringen over CAO-, TIN- en vuilwerktoeslagen niet onderbouwd. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.