ECLI:NL:CRVB:2006:AY7644
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing herziening WAO-dagloon wegens onvoldoende bewijs voor toeslagen en extra reisdagen
Appellant werkte bij Volvo Car B.V. en ontving een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon. Na een verzoek tot herziening wegens niet in aanmerking genomen reiskostenvergoeding, extra reisdagen en vakantieverlof, verhoogde het UWV het dagloon met terugwerkende kracht. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit omdat onder meer geen rekening was gehouden met zes extra reisdagen, CAO-toeslag, TIN-toeslag, vuilwerktoeslag en vakantietoeslag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het terugkomen op een in rechte onaantastbaar geworden besluit een bevoegdheid is die terughoudend wordt beoordeeld en dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de gestelde toeslagen en extra reisdagen. De Raad onderschrijft dat het vaste maandloon niet wijzigt door minder te werken dan collega's en dat appellant niet heeft aangetoond dat hij in de referteperiode de gevraagde toeslagen ontving.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt het bestreden besluit. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter G. van der Wiel en uitgesproken op 24 augustus 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.