ECLI:NL:CRVB:2006:AY7647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhoging WAO-dagloon met terugwerkende kracht wegens niet-betrokken toeslagen
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., verzocht om verhoging van zijn WAO-dagloon met terugwerkende kracht, stellende dat het UWV ten onrechte geen rekening had gehouden met reiskostenvergoeding, extra reisdagen, extra vakantieverlof en verschillende toeslagen.
Het UWV verhoogde het dagloon gedeeltelijk, maar wees bezwaar af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, met name over de zes extra reisdagen en CAO-toeslag.
De Raad overwoog dat het terugkomen op een in rechte onaantastbaar besluit mogelijk is, maar dat appellant bewijs moest leveren voor onjuistheid van de eerdere vaststelling. De Raad vond dat de zes extra reisdagen geen wijziging van het vaste maandloon betekenden en dat appellant geen bewijs leverde voor TIN- of vuilwerktoeslag.
Wel werd een salarisspecificatie overgelegd waaruit bleek dat een CAO-toeslag was betaald, die bij de herziening van het dagloon in aanmerking moet worden genomen.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de CAO-toeslag. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarin rekening wordt gehouden met de CAO-toeslag.