ECLI:NL:CRVB:2006:AY7649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaststelling WAO-dagloon en reiskostenvergoeding
Appellant werkte bij NedCar B.V. en ontving een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon. Hij verzocht om verhoging van het dagloon omdat volgens hem ten onrechte geen rekening was gehouden met reiskostenvergoeding voor een jaarlijkse vakantiereis, zes extra reisdagen en extra vakantieverlof. Het UWV verhoogde het dagloon met terugwerkende kracht, maar hield volgens appellant onvoldoende rekening met alle toeslagen en extra reisdagen.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond vanwege een te laag bedrag aan reiskostenvergoeding, maar verwierp andere grieven. Het UWV stelde het dagloon opnieuw vast in een besluit van 29 april 2005. Appellant stelde in hoger beroep zijn standpunten opnieuw, met name over de extra reisdagen en toeslagen.
De Raad oordeelde dat het besluit van 29 april 2005 een nieuw besluit is dat het eerdere bezwaarbesluit vervangt, waardoor appellant geen belang meer had bij het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak. Omdat appellant geen bewijs leverde van de door hem gestelde toeslagen en voordelen, werd het beroep ongegrond verklaard en het hoger beroep niet-ontvankelijk. De Raad wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 29 april 2005 ongegrond.