ECLI:NL:CRVB:2006:AY7658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-dagloon zonder rekening te houden met extra reisdagen en toeslagen
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., verzocht om herziening van zijn WAO-dagloon omdat volgens hem onterecht geen rekening was gehouden met een reiskostenvergoeding voor een jaarlijkse vakantiereis naar het land van herkomst, zes extra reisdagen en extra vakantieverlof. Het UWV verhoogde het dagloon met terugwerkende kracht, maar hield geen rekening met de extra reisdagen en diverse toeslagen. Appellant maakte bezwaar en stelde dat ook toeslagen en vakantietoeslag berekend moesten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat het terugkomen op een onherroepelijk besluit een bevoegdheid is die terughoudend wordt beoordeeld. Appellant slaagde er niet in voldoende bewijs te leveren dat hij in de referteperiode recht had op de gevorderde toeslagen of dat de extra reisdagen het vaste maandloon wijzigden.
De Raad concludeerde dat het financiële voordeel van zes extra reisdagen niet leidt tot een hoger dagloon en dat appellant niet heeft aangetoond dat toeslagen zoals CAO-, TIN- of vuilwerktoeslag van toepassing waren. Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de eerdere uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het WAO-dagloon terecht is vastgesteld zonder rekening te houden met extra reisdagen en toeslagen.