ECLI:NL:CRVB:2006:AY7662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhoging WAO-dagloon zonder rekening te houden met toeslagen en extra reisdagen
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., verzocht het UWV om een terugwerkende verhoging van zijn WAO-dagloon. Het UWV verhoogde het dagloon met terugwerkende kracht, waarbij een reiskostenvergoeding en een pensionkostentoeslag werden meegenomen, maar geen rekening werd gehouden met onder andere SAO-, TIN- en vuilwerktoeslagen, zes extra reisdagen en CAO-toeslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar leverde onvoldoende bewijs voor de toegekende toeslagen en extra reisdagen. De Raad overwoog dat het terugkomen op een in rechte onaantastbaar besluit een bevoegdheid is die terughoudend wordt beoordeeld en dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd om de eerdere dagloonvaststelling onjuist te achten.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank dat het vaste maandloon niet wijzigt door minder werkdagen en dat appellant geen gegevens had over ontvangen toeslagen in de referteperiode. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verhoging van het WAO-dagloon zonder rekening te houden met de gevorderde toeslagen en extra reisdagen wegens onvoldoende bewijs.