ECLI:NL:CRVB:2006:AY7691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verhoging WAO-dagloon wegens niet meegenomen toeslagen en extra reisdagen
Appellante, erfgename van betrokkene, stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarin het bezwaar tegen de vaststelling van het WAO-dagloon werd afgewezen. Betrokkene had verzocht om verhoging van het dagloon omdat het UWV geen rekening had gehouden met zes extra reisdagen, extra vakantiedagen, CAO-toeslag, TIN-toeslag, overwerktoeslag en de berekening van vakantietoeslag over de bijgetelde vergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad onderschreef dat het vaste maandloon niet verandert door minder werkbare dagen en dat betrokkene onvoldoende bewijs leverde voor TIN- en vuilwerktoeslag. Wel werd vastgesteld dat de CAO-toeslag van f 73,00 in de referteperiode wel meegenomen moest worden.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het UWV in de proceskosten. Tevens werd het griffierecht aan appellante vergoed. Hiermee werd het UWV opgedragen het dagloon opnieuw te herzien met inachtneming van de CAO-toeslag.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV veroordeeld in de proceskosten.