ECLI:NL:CRVB:2006:AY7692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-dagloon wegens onvoldoende bewijs toeslagen en reisdagen
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., verzocht om verhoging van zijn WAO-dagloon omdat volgens hem ten onrechte geen rekening was gehouden met zes extra reisdagen, extra vakantiedagen, CAO-toeslag, TIN-toeslag, overwerktoeslag en vakantietoeslag over de bijgetelde vergoeding.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had het dagloon reeds verhoogd met een reiskostenvergoeding, maar wees verdere verhogingen af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar leverde geen bewijs voor de toeslagen of extra reisdagen.
De Raad overwoog dat het terugkomen op een in rechte onaantastbaar geworden besluit slechts terughoudend kan worden beoordeeld en dat appellant onvoldoende gegevens had aangedragen om de eerdere vaststelling onjuist te verklaren. Het Uwv mocht aannemen dat er minimaal een reiskostenvergoeding van f 1008,-- werd ontvangen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.