ECLI:NL:CRVB:2006:AY7695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verhoging WAO-dagloon wegens onvoldoende bewijs toeslagen en extra reisdagen
Appellant werkte bij Volvo Car B.V. en ontving sinds 1989 een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon. In 2002 verzocht hij om verhoging van het dagloon, stellende dat geen rekening was gehouden met extra reisdagen, vakantiedagen en diverse toeslagen. Het UWV verhoogde het dagloon gedeeltelijk, maar wees verdere aanspraken af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten over de extra reisdagen en toeslagen, waaronder CAO-, TIN- en overwerktoeslag. De Raad overwoog dat het terugkomen op een onherroepelijk besluit slechts terughoudend kan worden getoetst en dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen. De Raad onderschreef de rechtbank dat het vaste maandloon niet wijzigt door minder werkdagen en dat appellant geen gegevens aanleverde ter onderbouwing van de toeslagen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter G. van der Wiel op 24 augustus 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.