ECLI:NL:CRVB:2006:AY7722
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herberekening WAO-dagloon met betrekking tot reisdagen, toeslagen en vakantietoeslag
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., verzocht om herberekening van zijn WAO-dagloon omdat volgens hem ten onrechte geen rekening was gehouden met zes extra reisdagen, extra vakantiedagen, CAO-toeslag, TIN-toeslag, overwerktoeslag en de berekening van vakantietoeslag over de bijgetelde vergoeding.
Het UWV had eerder het dagloon vastgesteld waarbij een reiskostenvergoeding was meegenomen, maar appellant vond deze te laag en stelde dat bepaalde toeslagen en extra dagen niet waren meegenomen. De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard vanwege een te lage reiskostenvergoeding per 22 februari 1995, maar verder de grieven verworpen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het besluit van 30 september 2004, waarin het bezwaar deels werd gehonoreerd, als nieuw besluit moest worden beschouwd en dat appellant geen belang meer had bij hoger beroep tegen de eerdere uitspraak voor zover het dagloon per 22 februari 1995 betrof. De Raad wees de overige grieven af, omdat appellant onvoldoende bewijs leverde voor het ontvangen van de genoemde toeslagen en extra reisdagen. Ook werd vastgesteld dat het vaste maandloon niet wijzigt door het feit dat een werknemer minder hoeft te werken op bepaalde dagen.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en verklaarde het hoger beroep voor zover gericht op de dagloonvaststelling per 28 februari 1991 niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere dagloonvaststelling wordt bevestigd zonder rekening te houden met de gevraagde toeslagen en extra reisdagen.