ECLI:NL:CRVB:2006:AY7738
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering voor kind uit gemengd huwelijk als vervolgde
Appellant, geboren in 1931 uit een gemengd huwelijk waarbij de moeder joods was, vroeg om een uitkering als vervolgde of gelijkgesteld met de vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. De aanvraag werd afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant vrijheidsberoving had ondergaan of had moeten onderduiken om aan vervolging te ontkomen.
De Raad oordeelde dat appellant als kind uit een gemengd huwelijk niet behoorde tot de groepen die door de Duitse bezetter op grond van ras of geloof werden vervolgd. Hoewel familieleden van appellant slachtoffer waren van deportatie en overlijden, verbleef appellant op zijn adres en ging naar school, zonder dat sprake was van effectieve onderduik of vrijheidsberoving.
De Raad overwoog dat de discretionaire bevoegdheid om gelijkstelling toe te passen slechts bij duidelijke ongunstige omstandigheden wordt ingezet, zoals wegvoering van familie of verblijf temidden van onderduikers. Deze omstandigheden ontbraken bij appellant. Daarom was het bestreden besluit gegrond en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om uitkering als vervolgde wordt afgewezen.