ECLI:NL:CRVB:2006:AY7741
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling grondslag periodieke uitkering Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1938, vroeg in 2003 een periodieke uitkering aan als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster kende hem een uitkering toe vanaf 1 juli 2003, berekend op een minimumgrondslag. Appellant maakte bezwaar tegen de gehanteerde grondslag en stelde dat de uitkering berekend moest worden naar het inkomen uit zijn beroep als wetenschappelijk medewerker, dat hij tot 1967 uitoefende.
De Raad overwoog dat appellant zich in 1967 niet medisch had laten behandelen en dat er geen objectieve medische gegevens zijn die aantonen dat hij toen al verminderd verdienvermogen had. Ook de verklaring van pater J. van Kilsdonk bood geen inzicht in de medische situatie van toen. Appellant had zelf ontslag genomen en geen uitkering aangevraagd. Verweerster hoefde daarom niet de grondslag van 1967 te hanteren.
Verder was appellant ten tijde van de aanvraag 64 jaar en genoot hij al sinds 1989 een bijstandsuitkering. De Raad vond geen grond om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.