ECLI:NL:CRVB:2006:AY7746
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning gelijkstelling met oorlogsgetroffene op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1941 uit een gemengd huwelijk met een Joodse moeder, vroeg om erkenning als vervolgingsgetroffene op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij voerde aan dat de verzetsactiviteiten van zijn moeder en het verblijf bij een pleeggezin tijdens de oorlog voor voortdurende spanning zorgden. De Raad toetste of de omstandigheden waaronder appellant leefde zich duidelijk ongunstig onderscheiden van die van andere kinderen uit gemengde huwelijken.
De Raad oordeelde dat de omstandigheden van appellant niet duidelijk ongunstiger waren dan die van zijn categoriegenoten. Er was geen sprake van directe vervolging of terreur, zoals invallen, huiszoekingen of gedwongen onderduiken. Ook ontbraken medische gegevens die psychische of lichamelijke letsels als gevolg van vervolging konden aantonen. De enkele problemen in het latere leven van appellant konden niet worden toegeschreven aan oorlogsomstandigheden.
De Raad bevestigde dat de discretionaire bevoegdheid om gelijkstelling toe te kennen terughoudend wordt toegepast en dat een samenstel van duidelijke ongunstige omstandigheden vereist is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering om hem gelijk te stellen met een vervolgingsgetroffene wordt bevestigd.