ECLI:NL:CRVB:2006:AY7904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- H.J. de Mooij
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve brief over hotelkosten AWBZ
Het Zorgkantoor Midden-Brabant heeft betrokkene op 27 juli 2004 geïnformeerd dat verblijf in een hotel niet tot de zorg onder de AWBZ behoort en dat hotelkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Betrokkene maakte hiertegen bezwaar, dat door het Zorgkantoor op 19 augustus 2004 ongegrond werd verklaard voor zover het hotelkosten betrof, en niet-ontvankelijk voor het overige.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Breda verklaarde het beroep van betrokkene tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en gaf het Zorgkantoor opdracht een nieuw besluit te nemen. De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de brief van 27 juli 2004 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, maar slechts een informatieve mededeling zonder rechtsgevolg.
Daarom stond er geen bezwaar open tegen deze brief en had het Zorgkantoor het bezwaar van betrokkene tegen deze brief niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de ontvankelijkheid en verklaart het beroep gegrond. Het besluit van 19 augustus 2004 wordt vernietigd en het bezwaar tegen de brief van 27 juli 2004 wordt geheel niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de informatieve brief over hotelkosten wordt geheel niet-ontvankelijk verklaard.