ECLI:NL:CRVB:2006:AY8032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na poging tot toe-eigening goederen
Betrokkene was in dienst bij Digi Nederland B.V. en diens arbeidsovereenkomst werd voorwaardelijk ontbonden. Na aanvraag van een WW-uitkering weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) deze blijvend omdat betrokkene zich verwijtbaar had gedragen. Betrokkene had goederen van de werkgever zonder toestemming verzameld in het struikgewas met de bedoeling deze mee te nemen.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene niet redelijkerwijs had kunnen voorzien dat dit gedrag tot ontslag zou leiden, mede omdat hij niet daadwerkelijk de goederen had meegenomen. De Raad oordeelt anders: het verwijtbare gedrag was voldoende om te begrijpen dat het vertrouwen van de werkgever was geschaad en dat ontslag het gevolg kon zijn. Het feit dat betrokkene niet tot daadwerkelijke toe-eigening overging doet hier niet aan af.
De Raad vond geen aanwijzingen dat betrokkene tot inkeer was gekomen en benadrukte dat een gespannen arbeidsverhouding betrokkene juist had moeten weerhouden van risicovol gedrag. Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard, de rechtbankuitspraak vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens verwijtbare werkloosheid.