ECLI:NL:CRVB:2006:AY8051
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing door verzet aan te tekenen.
Tijdens de zitting van 5 september 2006 was appellant niet aanwezig en het College van burgemeester en wethouders van Groningen liet zich niet vertegenwoordigen. De Raad overwoog dat appellant geen voldoende aannemelijke redenen had gegeven om het verzuim te rechtvaardigen, zoals een tijdige melding van betalingsonmacht of een verzoek om uitstel van betaling. Ook het indienen van een verzoek om bijzondere bijstand na afloop van de termijn en de mededeling dat het griffierecht later zou worden betaald, waren onvoldoende.
De Raad benadrukte dat het griffierecht geen wezenlijke belemmering vormt voor het recht op toegang tot de rechter en dat het voorschrijven van een betalingstermijn met niet-ontvankelijkheid als sanctie toelaatbaar is. Bij cumulatie van griffierechten kan verlenging worden gevraagd, maar appellant had dit niet tijdig gedaan. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.