ECLI:NL:CRVB:2006:AY8055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering WIK-uitkering wegens onvoldoende omzet in voorgaand jaar
Appellant ontving een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK) vanaf oktober 2003, toegekend als renteloze lening. Bij toekenning en later schriftelijk werd appellant gewezen op de voorwaarde dat hij in het voorgaande kalenderjaar minimaal € 1.089,07 bruto-omzet moest hebben behaald om in aanmerking te blijven komen voor de uitkering.
Appellant vulde het omzetformulier niet volledig in en gaf aan zich bezig te houden met acquisitie, zonder omzet te melden. De Commissie beëindigde daarom de uitkering per 1 april 2004 en vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen over het eerste kwartaal van 2004 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Raad stelt vast dat omzet kan worden vastgesteld volgens het kas- of factuurstelsel, maar dat de door appellant overgelegde facturen uit 2004 niet als omzet over 2003 kunnen worden gerekend, omdat de opdrachten pas in 2004 zijn uitgevoerd en de facturen pas na het kalenderjaar zijn ondertekend. De Raad oordeelt dat appellant voldoende was geïnformeerd over de omzetvereiste en dat de Commissie terecht de uitkering heeft ingetrokken en teruggevorderd.
Appellant voerde geen dringende redenen aan om van intrekking af te zien. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging en terugvordering van de WIK-uitkering wegens het niet behalen van de minimale omzet in het voorgaande kalenderjaar.