ECLI:NL:CRVB:2006:AY8142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag matroos wegens bewezen cocaïnegebruik
Appellant, matroos bij de Koninklijke marine, werd ontslagen wegens cocaïnegebruik op 26 mei 2003. Dit ontslag volgde op waarnemingen van meerdere marineofficieren die het gebruik hadden gezien en een bekentenis van appellant na aanvankelijke ontkenning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het ontslagbesluit ongegrond, waarbij zij de verklaringen van getuigen en het ontbreken van een overtuigend tegenbewijs als doorslaggevend beschouwde. Appellant voerde tegenstrijdigheden en drankgebruik van de officieren aan, maar slaagde er niet in deze bezwaren voldoende te onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het ontslag berust op een voldoende feitelijke grondslag en dat de staatssecretaris in redelijkheid tot ontslag heeft kunnen besluiten. Tevens is geen aanleiding gevonden voor toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van de matroos wegens bewezen cocaïnegebruik wordt bevestigd.