ECLI:NL:CRVB:2006:AY8158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks beperkingen rechterarm
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een onderzoek in 2001 door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd haar arbeidsongeschiktheid herzien en verlaagd tot minder dan 15%, waarna de uitkering werd ingetrokken. Na bezwaar en aanvullend medisch onderzoek werd dit percentage in 2002 bij herzieningsbesluit vastgesteld op 55-65%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de geduide functies binnen haar belastbaarheid vielen en zij voldeed aan de vereiste diploma- en niveau-eisen. In hoger beroep voerde appellante aan dat de belastbaarheid niet correct was vastgesteld, met name vanwege haar beperking aan de rechterarm en het opleidingsniveau, en dat de voorgehouden functies niet passend waren.
De Raad overwoog dat de medische beperkingen correct waren vastgesteld en dat de diagnose minder relevant is dan de functionele mogelijkheden op de datum van beoordeling. De klachten aan de linkerarm werden niet als belemmerend beschouwd op die datum. De Raad achtte de functies, waaronder telefoniste en brugwachter, passend en uitvoerbaar met één arm. Ook het opleidingsniveau van appellante vormde geen bezwaar. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.