ECLI:NL:CRVB:2006:AY8233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening en vergoeding arbeidsongeschiktheidsuitkering en proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen besluiten van het UWV betreffende de vaststelling van zijn mate van arbeidsongeschiktheid en de weigering terug te komen op eerdere besluiten over zijn WAO-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaarde en vernietigt beide uitspraken en de onderliggende besluiten.
De Raad stelt vast dat het UWV nalatig was in het tijdig betalen van de juiste uitkering en onvoldoende onderzoek deed naar mogelijke aftrek van verwervingskosten, zoals reiskosten. Tevens concludeert de Raad dat sprake is van een nieuw feit dat het UWV had moeten meenemen bij herziening van het maatmanloon.
De Raad beveelt het UWV aan nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van zijn overwegingen, appellant te horen en wijst een vergoeding toe voor immateriële schade af, maar wel voor materiële schade en proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en gemotiveerde besluitvorming door het UWV en het recht van de appellant op een correcte vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten van het UWV, beveelt nieuwe besluitvorming en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan appellant.