ECLI:NL:CRVB:2002:AD9948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van terugvordering arbeidsongeschiktheidsuitkeringen na herziening arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van de AAW en WAO, berekend op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Vanaf 1 februari 1986 werkte appellant gedeeltelijk als vertegenwoordiger, wat leidde tot een herziening van de uitkeringen naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid en later tot intrekking van de uitkeringen per 1 juni 1990 vanwege een lagere mate van arbeidsongeschiktheid.
Gedaagde vorderde terugbetaling van te veel betaalde uitkeringen over de periode 1991-1996 en daarna. Appellant voerde aan dat een wekelijkse betaling van f 250,- een vergoeding was voor een klantenbestand en geen arbeidsinkomen, maar dit werd niet bewezen. De Raad oordeelde dat het bedrag als netto inkomsten uit arbeid moet worden beschouwd en dat de brutering daarvan terecht is toegepast.
De Raad bevestigde dat de besluiten tot herziening en terugvordering bevoegd en zorgvuldig zijn genomen, ondanks het ontbreken van een medische beoordeling bij het eerste besluit. De rechtbank en Raad vonden geen reden om de besluiten te vernietigen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en wijst het hoger beroep af.