ECLI:NL:CRVB:2006:AY8246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit weigering wettelijke rente WW-nabetaling
Betrokkene ontving vanaf 3 januari 1994 een WW-uitkering die later, na een verzoek in 2002, met terugwerkende kracht werd verhoogd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde aanvankelijk wettelijke rente over de nabetaling te vergoeden, maar na bezwaar werd rente toegekend vanaf 1 september 2002.
De rechtbank oordeelde dat wettelijke rente verschuldigd was vanaf 1 februari 1994. Het UWV erkende dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was, maar stelde dat de gevolgen daarvan voor rekening van betrokkene kwamen omdat het dagloon destijds was vastgesteld op basis van verstrekte gegevens en betrokkene geen rechtsmiddelen had aangewend.
De Raad onderschrijft dat het UWV het verzoek van betrokkene binnen de wettelijke beslistermijn had moeten afhandelen, wat niet gebeurde. Hierdoor is de rentevergoeding vanaf 1 september 2002 terecht toegekend. Echter, het UWV heeft nagelaten rente over rente toe te kennen, waardoor het bestreden besluit terecht is vernietigd.
Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met rente over rente. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en het UWV dient een nieuw besluit te nemen waarin rente over rente wordt toegekend.