ECLI:NL:CRVB:2005:AU8835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Verzoek terug te komen van onrechtmatig dagloonbesluit met vergoeding wettelijke rente
Betrokkene werkte tot eind 1993 bij een werkgever en kreeg in januari 1994 een WW-uitkering met een vastgesteld dagloon van €79,19. Betrokkene berustte in dit besluit. In 2002 verzocht betrokkene het dagloon te herzien met inachtneming van extra reisdagen, vakantiedagen en toeslagen, en om wettelijke rente over de nabetaling. Het bestuursorgaan verhoogde het dagloon met terugwerkende kracht naar €82,19, maar wees bezwaar tegen toeslagen af. De rechtbank vernietigde deze besluiten deels, maar handhaafde het dagloon.
De Raad overwoog dat het oorspronkelijke besluit van 1994 onrechtmatig was, maar omdat betrokkene niet tijdig bezwaar had gemaakt, kon hij de nadelige gevolgen daarvan niet aan het bestuursorgaan toerekenen. Betrokkene had immers zelf onvolledige gegevens verstrekt en de controle op de dagloongegevens verzaakt. De Raad achtte het niet onbillijk dat het bestuursorgaan geen vergoeding van wettelijke rente verschuldigd was over de nabetaling vóór april 2002.
De Raad bevestigde het bestreden besluit, maar veroordeelde het bestuursorgaan wel tot betaling van wettelijke rente vanaf 1 april 2002 en tot vergoeding van proceskosten van €322. Betrokkene’s beroep werd afgewezen. De Raad benadrukte dat het terugkomen van een in rechte onaantastbaar geworden besluit slechts terughoudend kan worden beoordeeld en dat betrokkene onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn aanspraken op toeslagen.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt afgewezen, het dagloon blijft verhoogd met terugwerkende kracht, het bestuursorgaan moet wettelijke rente vanaf 1 april 2002 en proceskosten vergoeden.