ECLI:NL:CRVB:2006:AY8247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhoging WW-dagloon met terugwerkende kracht en weigering wettelijke rente
De zaak betreft een geschil over de verhoging van het WW-dagloon van betrokkene en de betaling van wettelijke rente over de nabetaling. Betrokkene had op 1 mei 2002 een verzoek ingediend tot herziening van het dagloon. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) besloot pas op 18 december 2002 het dagloon met terugwerkende kracht te verhogen, waarmee de wettelijke beslistermijn werd overschreden.
De rechtbank Maastricht had geoordeeld dat appellant vanaf 1 maart 1994 wettelijke rente verschuldigd was over de nabetaling, maar appellant vond dat de gevolgen van het onrechtmatige besluit uit 1994 voor rekening van betrokkene moesten komen. De Centrale Raad concludeerde dat het besluit van 30 maart 1994 onrechtmatig was, maar dat appellant niet kon volstaan met het weigeren van rente over rente.
De Raad vernietigde het bestreden besluit van appellant dat de rente weigerde toe te kennen, bevestigde dat wettelijke rente verschuldigd is vanaf 1 juli 2002 tot de datum van nabetaling, en veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene. Het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant moet wettelijke rente vergoeden vanaf 1 juli 2002 en proceskosten betalen.