ECLI:NL:CRVB:2006:AY8394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op vervolguitkering na ontbinding arbeidsovereenkomst
Appellant was sinds 1970 werkzaam bij zijn werkgever en kreeg bij brief van 22 mei 2003 bericht over een reorganisatie en een aanstaande ontslagprocedure. De arbeidsovereenkomst werd per 1 oktober 2003 ontbonden door de kantonrechter, met een vergoeding van €155.000. Appellant vorderde vervolgens een vervolguitkering op grond van de Wet afschaffing vervolguitkering.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit af omdat de ontbindingsbeschikking na 11 augustus 2003 was gegeven, waardoor het overgangsrecht niet van toepassing was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de brief van 22 mei 2003 geen aanzegging van opzegging was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat de arbeidsovereenkomst eindigde door ontbinding en dat de ontbindingsbeschikking na de relevante datum lag, waardoor geen recht op vervolguitkering bestaat. De brief van 22 mei 2003 werd niet als aanzegging van opzegging aangemerkt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op vervolguitkering omdat de ontbindingsbeschikking na 11 augustus 2003 is gegeven.