ECLI:NL:CRVB:2006:AY8589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WW-uitkering wegens toekenning WAO-uitkering met hoge arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, die bij besluit van 14 april 2003 was herzien naar 15 tot 25%, maar na bezwaar werd teruggebracht naar 80 tot 100% met terugwerkende kracht per 11 juni 2003. Appellant had in mei 2003 een WW-uitkering aangevraagd en ontvangen. Het Uwv besloot op 3 november 2004 de WW-uitkering per 11 juni 2003 te beëindigen, omdat op grond van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder b, van de WW geen recht bestaat op WW-uitkering bij een WAO-uitkering van ten minste 80% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat de financiële afwikkeling correct was, ondanks dat de uitkering aanvankelijk op grond van de WW was verstrekt. Appellant voerde in hoger beroep voornamelijk aan dat de heroverweging en financiële afwikkeling onduidelijkheden veroorzaakten.
De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en bevestigt dat het Uwv terecht de WW-uitkering heeft beëindigd per 11 juni 2003. Klachten over een financiële opgave van het Uwv in een brief van april 2006 vallen buiten het bestreden besluit en worden niet behandeld. De Raad wijst ook proceskostenvergoeding af.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WW-uitkering per 11 juni 2003 vanwege de toekenning van een WAO-uitkering met 80-100% arbeidsongeschiktheid.