ECLI:NL:CRVB:2006:AY8638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht gemeente voor vervoer gehandicapte inclusief noodzakelijke hulpmiddelen
Betrokkene, rolstoelafhankelijk door een progressieve spierziekte, vroeg om een bruikleenauto die het meenemen van een tillift en chemisch toilet mogelijk maakt. De gemeente Rotterdam weigerde dit en bood Vervoer op Maat aan, waarbij deze hulpmiddelen niet meegenomen kunnen worden.
De rechtbank vernietigde het besluit omdat onvoldoende was vastgesteld dat Vervoer op Maat betrokkene in staat stelt om op aanvaardbare wijze deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer, mede omdat zij vanwege haar handicap niet zonder tillift naar het toilet kan op de plaats van bestemming.
De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de zorgplicht van de gemeente ook het vervoer van noodzakelijke hulpmiddelen kan omvatten indien deze onontbeerlijk zijn voor deelname aan het leven van alledag. De Raad wijst erop dat het standpunt van appellant dat betrokkene zonder tillift gebruik kan maken van een urinaal of incontinentiemateriaal niet opgaat.
De Raad beveelt appellant een nieuw besluit te nemen waarbij deze aspecten worden betrokken en veroordeelt appellant tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen waarin de zorgplicht voor vervoer van noodzakelijke hulpmiddelen wordt betrokken.