ECLI:NL:CRVB:2006:AY8693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen gedeeltelijke vergoeding accountantskosten door UWV
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn verzoek tot vergoeding van accountantskosten, ontstaan door foutieve premienota's over het jaar 2000, slechts gedeeltelijk toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Appellant stelde dat hij niet tijdig was geïnformeerd over de termijn, omdat het UWV geen rechtsmiddelenvoorlichting had gegeven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant terecht niet op de termijnoverschrijding kan worden aangesproken, omdat hij niet op de hoogte was van de termijn en pas later professionele bijstand kreeg. De Raad stelt vast dat het bestreden besluit een zelfstandig schadebesluit betreft en dat de bestuursrechter alleen bevoegd is over schadebesluiten te oordelen als hij ook bevoegd is over de onderliggende schadeoorzaak.
De Raad onderscheidt de kosten die direct verband houden met de foutieve premienota's, die gedeeltelijk worden toegekend, en de overige kosten die betrekking hebben op het feitelijke handelen van het UWV daarna, waarvoor geen bestuursrechtelijke connexiteit bestaat en die daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Gedeeltelijke vergoeding van accountantskosten toegekend, bezwaar voor overige kosten niet-ontvankelijk verklaard.