ECLI:NL:CRVB:2006:AY8715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wettelijke rente over nabetaling WAO-dagloon afgewezen
Appellant kende op 7 december 1993 een WAO-uitkering toe aan de werknemer met ingang van 1 oktober 1993. Na een verzoek van de werknemer op 14 september 2001 werd het dagloon bij besluit van 28 november 2001 met terugwerkende kracht verhoogd. Appellant weigerde vervolgens bij besluit van 13 mei 2003 wettelijke rente over de nabetaling te vergoeden, wat bij bezwaar op 18 juni 2003 werd bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was en dat appellant vanaf 1 januari 1994 wettelijke rente verschuldigd was. De Centrale Raad onderschreef echter het standpunt van appellant dat de gevolgen van de onrechtmatigheid voor risico van de werknemer moeten komen, mede omdat het dagloon destijds op basis van verstrekte gegevens was vastgesteld en de werknemer pas na acht jaar om herziening vroeg.
De Raad stelde dat appellant uiterlijk op 12 november 2001 had moeten beslissen op het verzoek, en dat vanwege overschrijding van deze termijn appellant in principe vanaf 1 december 2001 wettelijke rente verschuldigd zou zijn. Omdat de nabetaling echter al op 19 november 2001 plaatsvond, bestaat geen recht op wettelijke rente. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en wettelijke rente over de nabetaling wordt niet toegekend.