ECLI:NL:CRVB:2006:AY8718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding wettelijke rente over nabetaling WW-dagloon afgewezen
Betrokkene ontving een WW-uitkering waarvan het dagloon op 24 januari 1994 werd vastgesteld. Later werd het dagloon met terugwerkende kracht verhoogd na een verzoek van betrokkene. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, weigerde echter wettelijke rente te vergoeden over deze nabetaling. De rechtbank oordeelde dat deze weigering onterecht was en dat wettelijke rente vanaf 1 februari 1994 verschuldigd was.
Appellant erkende dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was, maar stelde dat de gevolgen daarvan voor risico van betrokkene moesten komen, mede omdat betrokkene geen bezwaar had gemaakt tegen de dagloonvaststelling en pas na lange tijd om herziening had gevraagd. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het hoger beroep zich alleen richtte op de wettelijke rentevergoeding en dat het besluit van 19 oktober 2004, waarin het dagloon werd aangepast, niet in het hoger beroep werd betrokken.
De Raad onderschreef het standpunt van appellant en vernietigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep ongegrond werd verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter G. van der Wiel op 31 augustus 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling wordt ongegrond verklaard.